Frans de Graaf
De financiële crisis toont het failliet aan van het kapitalisme! Althans, dat is de strekking van diverse ingezonden stukken in dagbladen en de mening van verschillende politici waaronder CDA'er en bewindvoerder bij de Wereldbank Herman Wijffels, de Franse president Sarkozy (die in het europarlement werd bejubeld door de socialistische fractie) en vicepremier Wouter Bos. Die laatste stelde dat de crisis ‘de definitieve teloorgang van een systeem dat is gebaseerd op hebzucht'. Het kapitalisme is het systeem van vrij ondernemerschap, vraag en aanbod en de daaruit voortvloeiende vrije prijsvorming. Is dat failliet en moet dat vervangen worden door een ander ‘systeem'?
De stelling dat het kapitalisme ‘failliet' is wordt onderbouwd door de huidige financiële crisis vrijwel volledig toe te schrijven aan een onbelemmerde vrije werking van de financiële markten. Deze onderbouwing is echter onjuist. Ten eerste behoort de financiële sector tot de meest gereguleerde sectoren die er zijn. De bepleite remedie tegen de kredietcrisis luidt desalniettemin, zeer kort samengevat: de staat moet het toezicht versterken en banken die in de problemen komen te hulp schieten. Als financiële instellingen beter in de gaten worden gehouden kan het niet meer zo uit de hand lopen. Pleidooien voor meer toezicht gaan dus voorbij aan het feit dat, zoals al vermeld, het toezicht op en de regulering van de financiële sector, ook in de VS, al zeer sterk is.
Ten tweede is de crisis veroorzaakt door een complex samenspel van overheidsingrijpen en marktfalen. Het voert te ver om in een column de oorsprong van de kredietcrisis helemaal uit de doeken te doen. Maar het staat buiten kijf dat de aanhoudende pogingen van vele Amerikaanse regeringen (met name de regeringen Carter, Clinton en Bush junior) om het eigenwoningbezit te stimuleren, de extreem en kunstmatig lage rente aan het begin van deze eeuw en allerlei garantieregelingen voor hypotheekbanken die leningen aan mensen met te lage inkomens verstrekten ertoe hebben bijgedragen dat vele Amerikanen een hypotheek kregen die zij in een echte vrije markt nooit hadden gekregen. Deze hypotheken, die door de verstrekkers over de gehele wereld werden doorverkocht, vormen het startpunt van de huidige crisis nu veel Amerikaanse huizenbezitters niet meer aan hun betalingsverplichting kunnen voldoen.
Als de crisis niet is veroorzaakt door het kapitalisme kan het kapitalisme ook niet failliet worden verklaard omdát de crisis is uitgebroken. Het is dan ook ondenkbaar dat het kapitalisme als dominant ordeningssysteem binnenkort wordt opgegeven - ook omdat het enige alternatief (het socialisme) aantoonbaar slecht werkt. Desondanks is de politieke reflex op deze crisis dus hetzelfde als op eerdere financiële crises: meer toezicht, meer regulering en meer staatssteun. Het toezicht en de regulering moeten nog vorm krijgen, staatssteun is er al volop. In Nederland zijn Fortis en ABN AMRO inmiddels genationaliseerd en heeft ING dit weekend een ‘noodkrediet' van €10 miljard gekregen. Banken die (te) grote risico's hebben genomen krijgen staatssteun terwijl banken die een blijkbaak meer verantwoorde koers hebben gevaren met lege handen achterblijven, het laat zich raden welke signaal daarvan uitgaat.
Wat veel economische crises met elkaar gemeen hebben is dat zij vooraf worden gegaan door een periode van flinke hoogconjunctuur. In die periode groeien de bomen tot in de hemel en lijkt iedereen gemakkelijk rijk te kunnen worden. Een recent voorbeeld is de zogenoemde ICT-crisis (2001-2003). In de periode voorafgaand aan die crisis (vanaf 1997) kon het niet op. Op de beurs werden ICT-bedrijfjes voor miljarden verhandeld terwijl zij nog nooit een cent winst hadden gemaakt. Iedereen die aandelen kocht leek slapend rijk te worden. Velen kochten aandelen met geleend geld in de veronderstelling dat zij van de koerswinst de lening konden terugbetalen. Deze hoogconjunctuur was echter niet gebaseerd op de realiteit. Economen spreken in dat geval wel van een zeepbel en die zal onvermijdelijk eens uit elkaar klappen. En inderdaad, in 2001 kwam het besef dat lang niet alle ICT-bedrijven ooit winstgevend zouden worden en belandde de wereldeconomie in een recessie. Dergelijke zeepbellen doen zich al eeuwen voor. De oudste ontstond overigens in Nederland toen in de Gouden Eeuw voor enorme bedragen tulpenbollen werden verhandeld. Er werd volop gespeculeerd en soms zelfs in nog niet bestaande tulpenbollen. Ten tijde van het hoogtepunt van de tulpenmanie, in 1635, voor 6000 gulden verkocht, een bedrag waarvoor in die tijd een royaal huis kon worden gekocht! Kort daarna in 1637, groeide het besef en stortte de tulpenhandel snel in.
Voorafgaand aan de huidige crisis waren ook dergelijke irreële verschijnselen waar te nemen. Vele Amerikanen kochten met een (zeer) laag inkomen kochten een eigen huis. Of als zij al een eigen huis hadden kochten er nóg een van de vermeende overwaarde op hun eerste huis. Zij waren in de veronderstelling dat de huizenprijs vrijwel altijd harder zou stijgen dan de inflatie, een stelling waarvoor op langere termijn echter geen enkel bewijs is. De hypotheekverstrekkers op hun beurt beseften dat zij een verhoogd risico liepen hun lening niet meer terug te krijgen. Daarom verkochten zij de leningen door in allerlei ingewikkelde constructies waardoor de illusie ontstond dat het risico verdween. Maar risico's verdwijnen niet. Dat geldt overigens ook voor het risico dat wordt gelopen door in zee te gaan met een spaarbank die een veel hogere rente aanbiedt dan andere banken. In zekere zin kan gesteld worden dat de ‘kredietzeepbel' nu is geknapt. Als zo'n zeepbel kapot gaat wordt de wereldeconomie als het ware weer met beide benen op de grond gezet en krijgt zij een lesje realiteitszin. Een woning stijgt niet altijd in waarde, hoge risico's kunnen niet verdwijnen en een bank die een zeer hoge rente biedt kan maar beter met argwaan worden bekeken. De liberale econoom Milton Friedman (1912-2006) stelde ooit ‘there's no such thing as a free lunch' waarmee hij bedoelde dat iets nooit gratis is maar dat er altijd op de een of andere manier voor moet worden betaald. De jaren voorafgaand aan de kredietcrisis dachten woningbezitters, hypotheekverstrekkers en andere banken voortdurend dat hun ‘lunch' gratis was. Nu weten we dat zij ongelijk hadden en dat een ‘free lunch' echt niet bestaat. Díe les uit het kapitalisme blijkt in ieder geval onverminderd waar.